Hoe haal ik meer uit mijn camera... Afdrukken E-mail
donderdag, 19 maart 2009 15:18

keuzewiel

Natuurlijk is het werken met een digitale spiegelreflex camera
ontzettend leuk, maar wist je dat je veel meer uit een digitale 
spiegelreflex camera kunt halen ? Weten hoe ?

De meeste camera's hebben een keuzewiel waarmee we kunnen kiezen uit verschillende instellingen op de camera. Op dit keuzewiel vinden we naast de   P, S, A, M en de Auto stand ook andere symbolen waarvan een mooie uitleg...
 


Portret Mode
portret
In deze stand zal de camera zich zo instellen dat het gezicht/hoofd van een
persoon scherp zal zijn en wat zich achter de persoon bevindt wegloopt in
onscherpte. Dus als we dan spreken over scherpediepte (lees = wat is scherp van
voor naar achteren), zal de camera in deze stand kiezen voor weinig
scherptediepte. Dit is het best te zien door dicht bij je onderwerp te gaan staan of meer
in te zoomen met de lens.

Landschap Mode
landschap
In deze stand zal de camera zich zo instellen waarbij het gehele landschap scherp
zal zijn. Deze instelling is het ander uiterste van de hierboven beschreven instelling
portret. In deze landschap mode kiest de camera voor scherpte vanaf waar je staat
tot achterin het landschap, dus hier spreken van veel scherptediepte.

Macro Mode
macro
Deze macro mode geeft de mogelijkheid om dichter bij het onderwerp te komen
(dit geldt alleen voor de compact camera's). Hoe dichter we bij het onderwerp komen,
hoe minder scherptediepte we houden. Door de macro mode te kiezen zal de camera
ingesteld worden met een kleiner diafragma (hierover later meer) waardoor scherptediepte
weer opgebouwd wordt.

Sport Mode
 sport
Sport mode, voor alles wat snel beweegt, denk hierbij aan de rennende
hond, spelende kinderen of inderdaad sport. In deze mode zal de camera een
snelle opnametijd kiezen om beweging te bevriezen.
Scherptediepte zal op de tweede plaats komen.De snelst mogelijke tijd is altijd nog
afhankelijk van het aanwezige omgevings-licht.

Nacht Mode
 nacht_mode
De leukste stand om zeker bij avond een mooiere sfeer foto te maken.
In deze stand kiezen we er voor om na de flits nog even door te gaan met
belichten om zo het weinig aanwezige omgevingslicht mee te nemen,
dus camera wel stil houden !

Tot zover de voorgeprogrammeerde symbolen wat gemiddelde instellingen zijn.
Kan dit anders en is dit beter ? Ja, het kan anders en geeft in ieder geval de mogelijkheid
meer controle te hebben over de instellingen zodat de opname wordt zoals jij bedoelt had. 
De symbolen S, A of M zijn hiervoor de aangewezen standen, we spreken hier dan ook over
half-automaat of volledig manueel (M-stand).

S stand (Ook wel Tv aangeduid)
Hiermee stellen we de camera in dat je als gebruiker van de camera zelf de sluiter-
snelheid bepaalt, dus het wel of niet bevriezen van bewegende objecten.
In deze stand zoekt de camera zelf hier een bijbehorend diafragma bij, dit verklaart de
half-automaat. Het leuke van deze sluitertijd voorkeuze is dat je bewust onscherpte in
de opname kunt brengen wat een veelzeggende foto oplevert.
Onscherpte levert een dynamische foto op.
Sluitertijd wordt weergegeven in delen van seconden wat terug te vinden is op het display
van de camera. Helaas wordt dit niet altijd weergegeven als een deel (breuk) van een seconde.
In het display kan bijvoorbeeld staan 1'' wat gelijk is aan 1 seconde. Staat er 125 in het display
dan lezen we dit als 1/125ste van een seconde en is dus een veel kortere tijd dan de
eerder genoemde 1 seconde. De huidige camera's gaan wel tot 1/4000 of zelfs 1/8000 seconde
wat een zeer snelle sluitertijd is. 
Bij langere sluitertijden (vanaf 1/30 van een seconde), bv. 1 seconde, is het noodzakelijk
de camera stil te houden met behulp van bv. een statief, dit om onbedoelde onscherpte
door trillen van de camera te voorkomen. Stel voor dat je een foto maakt van een persoon op
een home-trainer. In de volledige automaat stand zal het best een goede foto worden maar
het kan meer vertellen. Door nu in de S - stand (Tv) te werken, kunnen we een langzamere
sluitertijd kiezen. Stel dat we kiezen voor een tijd van 1/20 seconde, laat de persoon op
de home-trainer fietsen en maak een foto. Resultaat is dat de benen onscherp zijn door
de beweging en de rest acceptabel scherp zal zijn (dit vraagt wat oefening en spelen
met verschillende sluitertijden). De foto vertelt nu dat de persoon inspanning levert.
Zo ook met een waterval, ook hier kunnen we kiezen voor een langzamere sluitertijd
waardoor we als kijker meteen gevoel hebben van vallend water.
waterval_beweging
A Stand (Ook wel als Av aangeduid)
Hiermee stellen we de camera in dat je als gebruiker van de camera zelf het diafragma bepaalt.
Wat doet het diafragma ? Het diafragma bepaalt hoeveel licht er door de lens naar binnen komt,
denk hierbij aan de werking van een pupil van het menselijk oog. Bij veel licht zal het diafragma
klein zijn en bij weinig licht groot. 
Belangrijker is dat met het diafragma je een scherptediepte kunt bepalen.
Het woord zegt het al, wat is/wordt scherp van voor het onderwerp tot achter het onderwerp.
Een gegeven is dat bij een diafragma van 2.8 (groot diafragma) er weinig scherptediepte is
(het onderwerp is scherp, er voor en achter onscherp, zie afbeelding).
Bij een diafragma van bv. 16 of 22 (klein diafragma) zal er veel scherptediepte zijn
(denk hier aan landschap fotografie).

boek_scherptediepte

Bij het fotograferen van portretten is het mooier om de ogen scherp te hebben en wat zich
er voor of achter het portret bevindt onscherp, dus kiezen we voor een groot diafragma van 2.8
of 4.0. Hoeveel scherptediepte hebben we bij verschillende diafragma's ?
De hoeveelheid scherptediepte hangt van drie factoren af, tw.;
- brandpunt van de lens, een groothoek lens heeft meer scherptediepte dan een telelens
- afstand van camera tot het onderwerp, hoe dichter bij hoe minder scherptediepte
- diafragma, een groot diafragma van 2.8 geeft weinig scherptediepte en 16 of 22 meer
In de A stand (of Av) zoekt de camera een passende sluitertijd erbij zodat de foto goed belicht
zal worden.

P Stand (Program)
De P stand is een automatische stand. In deze stand zal de camera zoeken naar een
gemiddelde waarde voor zowel sluitertijd als diafragma. Heb ik dan nog wel iets in te brengen ?
Ja, in deze stand kun je bepalen of er wel of niet geflitst mag worden en je mag bepalen
met welke ISO waarde (gevoeligheid) je gaat fotograferen. In de volledige automaat stand
(Auto) hebben we als fotograaf geen zeggenschap over deze instellingen.

M Stand (Manueel)
In deze volledig manuele stand bepaal je als fotograaf echt alles zelf, sluitertijd, diafragma
en ISO waarde. Deze stand wordt zeker toegepast in de fotostudio bij het gebruik
van studioflitsers.

Belichting meten
De tot nu toe besproken standen zijn allen half-automaat standen (behalve de manuele) van
de camera. In deze standen is het zo dat de camera bepaalt welk diafragma of sluitertijd
ingesteld zal worden. Dit bepalen van diafragma of sluitertijd doet de camera aan de hand van
de lichtmeter welke ingebouwd is in de camera. Deze lichtmeter meet het gereflecteerd licht,
het licht wat door het onderwerp gereflecteerd wordt en door de lens binnen treed.
Dit licht wat door de lens valt en gemeten wordt noemen we TTL (Trough The Lens) of
DDL (Door De Lens).

Wist je dat de lichtmeter in de camera alleen gereflecteerd licht meten en dus niet zien of
het onderwerp zwart (donker) of wit (licht) is ? De lichtmeter in de camera meet dus een
hoeveelheid gereflecteerd licht en vertaald dit altijd naar een gemiddelde waarde.
Proef op de som: Als we bijvoorbeeld een grijze muis fotograferen, dan zal dit goed gaan en
keurig belicht worden. Als we witte sneeuw fotograferen, dan ziet de camera dit als grijs waar-
door de sneeuw er grauw/grijs op zal komen te staan. Een zwarte hond fotograferen is ook al
lastig, de camera maakt al gauw er een grijze hond van, ook niet goed.
Gelukkig is elke camera voorzien van een zgn. correctie knop om de gemeten lichtwaarde te
corrigeren. Met deze correctie knop zijn we in staat voor de opname een correctie te maken
en hiermee zwart als zwart weer te geven en wit als wit.
Per camera merk kan het symbool bij deze zgn. correctieknop verschillen, de knop wordt in
principe altijd aangeduid met een + / - symbool zoals in de afbeelding. 

plus_min

 

Met deze correctie knop kunnen we dus de gemeten waarde corrigeren naar + / - (plus os min).
Met andere woorden; als we een foto maken van een wit oppervlak (sneeuw) dan is het beter
om de meter te corrigeren naar de + (plus) zodat de sneeuw niet grijs maar wit op de foto komt.
Bij een zwart onderwerp, denk hierbij aan de zware hond, weten we vooraf dat de meter hier
een grijze hond van gaat maken, dus gaan we hier - (min) correctie doorvoeren.
Hoeveel correctie we moeten toepassen is afhankelijk van hoe wit of hoe zwart het onderwerp is.
Een grote steun hierin is het Histogram wat op de digitale camera op te roepen is nadat de opname is gemaakt, doorgaans door de 'info' op te roepen.

Histogram ? Ja, dat wat achterop het scherm van de camera opduikt met al die pieken en dalen;

 

afbeelding_2

Het histogram geeft exact weer wat de witte, grijze en zwarte delen zijn in een foto.
Dus bij sneeuw zal het histogram meer naar rechts moeten liggen, zo niet dan corrigeren we de
belichting naar + (plus) en maken opnieuw de foto en beoordelen opnieuw het histogram.
Het histogram zal door deze correctie meer naar rechts verschuiven waardoor in ons voorbeeld
sneeuw helderder zal zijn opgenomen.

histogram_sneeuwboom   sneeuwboom

 

 

 

 

 

 

 

Hier duidelijk te zien; een boom in de sneeuw gefotografeerd, sneeuw is wit en daarmee 
weten we dat het histogram rechts moet staan om sneeuw werkelijk wit weer te geven.
Bij deze opname is een correctie meegeven van 2/3 diafragma (2/3 plus correctie).

 

Aan de slag !
Bovenstaand is een kwestie van goed oefenen en leren omgaan met de mogelijkheden van
de digitale camera. Neem hiervoor de tijd en belangrijker; beleef er plezier aan ! 


Cameratools - Apeldoorn

 


Banner